Woorden en uitdrukkingen

Ook al spreekt men in Vlaanderen de Nederlandse taal, er zijn toch veel verschillen tussen het Vlaams en het Nederlands. Het Vlaams kent verscheidene dialecten. Een Antwerpenaar spreekt een heel ander dialect dan een West-Vlaming. Iedere streek kent ook zijn eigen woorden en uitdrukkingen. Om het niet meer ingewikkeld te maken dan nu strikt noodzakelijk is, volgt hieronder een lijst met Vlaamse woorden/uitdrukkingen die iedere Vlaming (her)kent en gebruikt.

 

Vlaamse woorden (alfabetische volgorde)

 

  • Accordeonfile: Harmonicafile. 
  • Afkomen: Langskomen.
  • Alleszins: Hoe dan ook, in elk geval.
  • Amai: Tjonge.
  • Ambetant: Irritant.
  • Attest: Schriftelijke verklaring.
  • Batteren: Vechten.
  • Bibbergeld: Gevarengeld.
  • Blaffetuur: Rolluik.
  • Botten: Laarzen.
  • Buitenwipper: uitsmijter/nachtportier
  • Classificeren: Archiveren.
  • Contacteren: Contact opnemen met.
  • Da’s kras: (ongeveer) Dat is opzienbarend.
  • Dat is een pak minder/meer: Dat is veel/een stuk minder/meer.
  • Dat zal zijn: Zeker!
  • Domiciliëring: Automatische incasso.
  • Droogkuis: Stomerij.
  • Een piste volgen: Een traject volgen/afleggen.
  • Extralegale voordelen: Secundaire arbeidsvoorwaarden.
  • Foefelen: Niet volgens de regels handelen.
  • Frak: Jas
  • Frigo camion: Koelwagen.
  • Goe: Goed.
  • Goesting: Zin (ik heb goesting/ik heb geen goesting in …).
  • Hij/Zij heeft het niet van de markt: Hij/zij heeft het niet makkelijk.
  • Iets explikeren: Iets uitleggen, verduidelijken.
  • Jobstudent: Vakantiewerker.
  • Kiezig: Eng of vies.
  • Kotenzoektocht: Zoektocht naar een kamer.
  • Kuisen: Schoonmaken.
  • Kwistenkwiebel: Hansworst, losbol.
  • Klappen: Babbelen, kletsen.
  • Mee zijn: Snappen wat de ander bedoelt.
  • Mutualiteit: Ziekenfonds.
  • Nalatigheidsintrest: Boete voor te laat betalen.
  • Negerinnentetten: Negerzoenen
  • Nochtans: Desalniettemin.
  • Op café gaan: Naar het café gaan.
  • Op kot gaan: Op kamers gaan wonen (studenten).
  • Opportuniteit: Kans/gelegenheid.
  • Pantoffel: Slipper.
  • Panikeren: In paniek raken.
  • Pertang: Toch, ondanks.
  • Pinker: knipperlicht.
  • Plezant: Leuk, plezierig.
  • Poane: (Rib)fluweel.
  • Postogram: Verjaardagskaart, rouwkaart, geboortekaart etc.
  • Polyvalent (veel gebruikt woord in vacatures): Op meerdere terreinen inzetbaar als werknemer.
  • Rekker: elastiek
  • Remgeld: eigen bijdrage
  • Saloncondities: Autobeursactie
  • Salut: Dag/tot ziens
  • Scheefpoepen: Vreemdgaan
  • Schepen: wethouder, wethoudster
  • Schoon: In de Nederlandse betekenis van mooi.
  • Sjotten: Schieten.
  • Taks: Belasting.
  • Tuttefrut: Kauwgom.
  • Uitklaren: Ophelderen.
  • Verbeulemansen: taalkundig verbasteren, verfransen.
  • Verhuis: Verhuizing.
  • Verlof pakken: Vrij nemen.
  • Verpinken: Met de ogen knipperen, reageren.
  • Voilà se (wanneer u iets voor iemand hebt gedaan): Alstublieft/ziezo.
  • Voorschoot: Schort.
  • Weerhouden: selecteren, in aanmerking nemen
  • Wablieft?: Wat bedoelt u?/Wat zegt u?
  • Woonst: Woning.
  • Zomeruur: Zomertijd.

 

Vlaamse uitdrukkingen

 

  • Een zaag kunnen spannen: Neiging tot zeuren. Voorbeeld: Amai, die kan nogal een zaag spannen over haren ex. 
  • In 't zak zetten: Oplichten bij een verkoop. Voorbeeld: Uwe nieuwen auto is ne roestbak, ge hebt u in 't zak laten zetten.
  • In slechte papieren zitten: in een lastig parket zitten
  • In zijn gat gebeten zijn: In zijn waardigheid gekwetst zijn:  Ze was in haar gat gebeten door zijne kritiek.
  • Een kindje kopen: Een baby krijgen of plannen in deze richting
  • Op iemand z'n kap zitten: Iemand plagen of pesten.
  • De jaren stillekes: Lang vervlogen tijden. Meestal ironisch gebruikt om uit te drukken dat het besprokene primitief of achterhaald is. Voorbeeld: Da's nog ne gsm uit de jaren stillekes - dat is een verouderde gsm.
  • Op droog zaad zitten: bankroet zijn.
  • "..." zegd: Om een uitspraak in de mond van de toegesprokene te leggen. Voorbeeld: 't is genoeg" zegd. 
  • 'T is geen avance: Het helpt niet.
  • Twee pollen kussen: van geluk spreken.
  • Zwijgd stil: Zwijg daarover. Wanneer men iets niet wil horen. Bijvoorbeeld, omdat het gênant is.
  • Zonder te verpinken: zonder blikken of blozen.

 

Powered by: Vuursteen