Geschiedenis

De Belgische geschiedenis is in twee grote stukken opgedeeld: de periode tot aan de Belgische onafhankelijkheid (1830) en de periode vanaf 1830.

 

België als onderdeel van de Lage Landen tot aan 1830

 

Eerste bewoning en Romeins bestuur

 

Archeologische vondsten tonen aan dat rond 2600 voor Christus landbouw en mijnbouw plaatsvonden op Belgisch grondgebied. In de Romeinse tijd woonden Keltische stammen in België. Zij kwamen in conflict met de Romeinen. Het verhaal gaat dat Julius Caesar zelf nog strijd heeft geleverd op Belgisch grondgebied. De Romeinen gebruikten overigens al de naam Belgica om het gebied onder hen te benoemen. De bewoners noemden ze Belgae. Belgica besloeg toen niet alleen België, maar ook grote delen van Duitsland. Nederland is nooit onder Romeins gezag geweest. Met het verdwijnen van het Romeinse keizerrijk viel Belgica in handen van de Franken.

 

Vroege middeleeuwen (400 – 900)

 

In de zevende eeuw ontstonden veel nederzettingen die waren gelegen in de nabijheid van een klooster, weg of rivier. Menig hedendaagse Vlaamse plaatsnaam typeert deze tijd. Voorbeelden zijn Londerzeel en Waregem. Na de Frankische periode brak de Karolingische periode aan. Toen de enige zoon van Karel de Grote - Lodewijk de Vrome - overleed, viel het Karolingische rijk uiteen. Het westen van België viel in handen van Frankrijk en het oosten kwam bij het Heilig Roomse (Duitse) Rijk.   

 

Middeleeuwen (900 – 1300)

 

De middeleeuwen kenmerkten zich door de bestuurlijke opsplitsing van België in vele graafschappen en hertogdommen. Economisch gezien, was het een goede periode. De handel nam toe en steden kwamen tot ontwikkeling. De steden lieten ook de nodige nijverheid zien. In Vlaanderen bijvoorbeeld bloeide vooral de textielhandel in Laken op. Brugge was in die tijd een belangrijke havenstad.

 

Late middeleeuwen (1300 – 1500)

 

De late middeleeuwen begonnen met een opstand van de Vlaamse handelslieden en ambachtslieden tegen de graaf van Vlaanderen en zijn bondgenoot de Franse koning. Deze vond plaats op 11 juli 1302 nabij Kortrijk en staat bekend als de ‘’Guldensporenslag’’. De strijd was in een goed uur beslecht, in het voordeel van de Vlamingen. Toch bleven de Bourgondiërs de feitelijke baas. De Guldensporenslag wordt ieder jaar nog herdacht tijdens de Vlaamse feestdag op 11 juli. Een verdere versnippering van de macht, de pest en het verval van Brugge als belangrijke doorvoerhaven ten gunste van Antwerpen zijn andere noemenswaardige gebeurtenissen in deze periode.

 

Moderne tijden (1482 – 1794)

 

De periode van de moderne tijden valt grotendeels samen met de Nederlandse geschiedenis. De Lage Landen vormden eerst een onderdeel van het keizerrijk van Karel V (1500 – 1556). Daarna begon de Spaanse overheersing die uitmondende in de 80-jarige oorlog. Een van de eerste veldslagen waaraan Willem van Oranje deelnam, vond plaats nabij de Schelde in Antwerpen. Doordat veel Antwerpse handelaars naar Amsterdam trokken en de Nederlanders de monding van de Schelde blokkeerden, raakte de stad Antwerpen gedurende de oorlog in ernstig verval. Anders dan de Nederlandse provincies bleef het gebied wat nu België is na de 80-jarige oorlog onder Spaans gezag. Omdat de Spanjaarden weinig belangstelling toonden voor dit gebied, kon de Franse koning zijn invloed in de zuidelijke Nederlanden flink uitbreiden. In 1713 vielen de zuidelijke Nederlanden in Habsburgse handen. Dit bleef zo tot aan het einde van de 18e eeuw.

 

Franse periode (1794 – 1815)

 

Tussen 1792 en 1794 wisselden de Franse en Habsburgse heerschappij zich in snel tempo af in de zuidelijke Nederlanden. Vanaf 1794 was België opnieuw in Franse handen en kreeg het dezelfde Republikeinse wetten als Frankrijk. Onder het regime van Napoleon, 1800 – 1815, was er van vrijheid geen sprake. De dienstplicht werd ingevoerd en het Vlaams werd onderdrukt. Wel kwam de industrialisatie op gang. Het Franse gezag eindigde in 1815 met de nederlaag van Napoleon in Waterloo, een klein plaatsje in Vlaams-Brabant.

 

Nederlandse periode (1815 – 1830)

 

Na de nederlaag van Napoleon keerde koning Willem I terug naar de Nederlanden. Daar vond, onder druk van de geallieerden die een bufferstaat tegen Frankrijk wilden oprichten, de hereniging van de noordelijke en zuidelijke Nederlanden plaats genaamd het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden.  Lang heeft deze hereniging niet geduurd. Willem I zorgde er weliswaar voor dat de zuidelijke Nederlanden economisch erop vooruitgingen, zijn autoritaire manier van besturen beviel de zuidelijke Nederlanders niet. De opstand tegen Willem I vond steun onder de arme Vlaamse plattelandsbevolking die werd aangemoedigd door de katholieke kerk. De Walen en de Gentse industriëlen steunden Willem I juist wel. In 1828 sloten de katholieke kerk en de liberale jongeren een verbond met een gemeenschappelijk programma, gericht tegen Willem I. De spanningen liep steeds meer op en kwam in 1830 tot uitbarsting.

 

Belgische onafhankelijkheid vanaf 1830

 

Belgische onafhankelijkheidsstrijd (1830 – 1839)

 

Vanaf 25 augustus 1830 was het onrustig in Brussel en andere Belgische steden. Aanleiding waren de slechte economische toestand en de julirevolutie in Frankrijk. Aanvankelijk deed Willem I niets om deze onrust de kop in te drukken. Op 23 september 1830 trok prins Frederik met het regeringsleger Brussel binnen. Deze exercitie was echter onsuccesvol. Vier dagen later moest hij door het hevige verzet vertrekken. Tijdens deze gevechten vormde zich een ‘Voorlopig Bewind’ dat op 4 oktober 1830 de onafhankelijkheid uitriep. De internationale gemeenschap had echter ook een belangrijke stem in de toekomst van de zuidelijke Nederlanden. Op 4 november 1830 begon in Londen een conferentie hierover. Op 20 december 1830 erkenden de grote mogendheden de afscheiding van de zuidelijke Nederlanden. De staat België was een feit. Op 7 februari 1831 had het land een grondwet en op 4 juni 1831 aanvaardde Leopold van Saksen-Coburg het koningschap van België. Hij legde op 21 juli de grondwettelijke eed af. Daarmee was de vrede met de noorderburen echter nog lang niet getekend. Reeds na de troonsbestijging van Leopold vielen de Nederlanders België binnen. Zij moesten zich echter onder Franse druk terugtrekken. Pas in 1839 erkende Willem I de nieuwe staat België.

 

België tot aan WO I

 

De jonge staat ontwikkelde zich voorspoedig. De industriële activiteiten in Wallonië in ijzer en staal brachten die regio grote welvaart. In Vlaanderen daarentegen heerste nog veel armoede. Het platteland was veelal onvruchtbaar. Veel Vlamingen trokken dan ook naar Wallonië om daar in de zware industrie te gaan werken. Internationaal deed België vooral van zich spreken nadat koning Leopold II aan de macht was gekomen (1865). Het was zijn ultieme wens België definitief op de wereldkaart te zetten door het promoten van koloniale expedities in de binnenlanden van Afrika. Dit had echter ook een economische reden: Leopold II wilde zo de aanvoer van grondstoffen veiligstellen. Op de conferentie van Berlijn (1884 – 1885) waar de westerse koloniale activiteiten en de verdeling van het veroverde Afrikaanse grondgebied onder de westerse landen werd besproken, had België een sterke onderhandelingspositie. De rechten van Leopold II in Kongo werden erkend. Vanaf 1885 werd Leopold II, met toestemming van de Belgische regering en het Belgische parlement die eerst van niets af hadden geweten, ook staatshoofd van Kongo (Vlaamse schrijfwijze). In 1908 werd Kongo zelfs onderdeel van België.  

 

WO I

 

België was tijdens de gehele Eerste Wereldoorlog een van de belangrijkste strijdtonelen. De geallieerden aan de ene kant en de Duitsers aan de andere kant hadden zich stevig ingegraven in de loopgraven bij Ieper (West-Vlaanderen). Tijdens de ‘’Slag om de IJzer’’ die vier jaar duurde werd echter niet veel terreinwinst geboekt. In totaal zijn er vier slagen om Ieper geweest met honderdduizenden doden en gewonden als gevolg. De stad zelf lag na WO I volledig in puin. Ook andere steden lagen onder vuur tijdens de ‘’Grote Oorlog’’. Zeker een miljoen Belgen vluchtten in die jaren naar het neutrale Nederland. Een situatie die een levendige smokkel met zich meebracht. Vandaag de dag nog zijn vooral in West-Vlaanderen de stille getuigen van WO I terug te vinden in het landschap. In Ieper bevindt zich een museum gewijd aan WO I.

 

Interbellum

 

Net als alle overige landen die hadden geleden onder WOI moest België zich zien te herstellen van de schade en wonden die WOI had veroorzaakt. Een van de gevolgen van de Wapenstilstand (11 november 1918) en later de Vrede van Versailles (28 juni 1919) was dat de regio’s Eupen en Eiffel nu deel gingen uitmaken van België. Hierdoor werd het Duits de derde officiële landstaal. Vanaf de jaren ‘30 steeg de spanning doordat Hitler aan de macht was gekomen in Duitsland. In 1939 begon reeds de mobilisatie. Net als in WO I raakte de jonge natie ook nu betrokken bij de oorlogshandelingen.

 

WO II

 

De Duitsers vielen België gelijktijdig binnen met de inval in Nederland op 10 mei 1940. Het Belgische verzet hield langer stand dan het Nederlandse maar op 28 mei 1940 tekende België toch de capitulatie. Koning Leopold III bleef, anders dan zijn Nederlandse evenknie koningin Wilhelmina, in het land. Een daad die hem in 1951 alsnog de kop kostte vanwege verdenkingen van collaboratie met de Duitsers. 

 

België na WO II – heden

 

Na WO II begon opnieuw een fase van opbouw. Ondertussen moest ook de zogenaamde ‘koningsvraag’ worden opgelost: wat te doen met Leopold III? Officieel was hij nog steeds de koning der Belgen, maar in praktijk stond Prins Regent Karel aan het hoofd. Veel Belgen waren van mening dat Leopold III niet meer terug kon keren als koning. Om een constitutionele crisis te voorkomen, besloot de toenmalige Belgische regering de zoon van Leopold, Boudewijn, tot vorst te benoemen. Boudewijn besteeg de troon op 17 juli 1951 en bleef in functie tot aan zijn dood op 31 juli 1993. Sindsdien bekleedt koning Albert de troon.

 

In 1960 maakte Kongo zich los van België. Later in dat decennium laaide in België de taalstrijd op, vooral in en om de Leuvense Universiteit. Deze splitste zich op in een Vlaamse en Franstalige universiteit. De Franstalige universiteit staat in Louvain-la-Neuve.

 

Na de taalstrijd zijn er de nodige staatshervormingen geweest om het land België bestuurbaar te houden en de verschillende taalgroepen beter tot hun recht te laten komen. De laatste hervorming dateert van de recente regeringsonderhandelingen in 2011. De spanningen tussen Vlaams - en Frans sprekenden spelen al sinds de opstand die leidde tot het ontstaan van België en duren voort tot op de dag van vandaag.

Powered by: Vuursteen