Secundair onderwijs

Na zes jaar lager onderwijs volgt in België het secundair onderwijs (=voortgezet onderwijs). Het secundair onderwijs is verplicht totdat de leerling 18 jaar is. Het secundair onderwijs bestaat uit drie blokken van telkens twee jaar. Zo’n blok noemt men een graad.

 

Tijdens de eerste twee jaar van het secundair onderwijs volgen de leerlingen een beperkt, theoretisch vakkenpakket, met o.a. Latijn en Handel. In het tweede jaar wordt onderscheid gemaakt tussen meer theoretische studies en meer praktische richtingen.

 

Na het tweede jaar kiezen de leerlingen voor een vervolg in één van de volgende vier richtingen:

 

  • BSO (Beroeps Secundair Onderwijs):
    Het BSO bereidt de leerling voor op een bepaald beroep.
  • KSO (Kunst Secundair Onderwijs):
    Tot het KSO behoren drie studiegebieden: ballet, beeldende kunsten en podiumkunsten. Het onderwijs zelf bestaat uit een mix van algemene vakken, kunsthistorische vakken en praktijk.
  • TSO (Technisch Secundair Onderwijs):
    Het TSO verzorgt het onderwijs in alle technische vakken, inclusief techniek in de gezondheidszorg (met name orthopedie en tandtechnieken).
  • ASO (Algemeen Secundair Onderwijs):
    Dit is te vergelijken met het Nederlandse VWO. Het ASO bereidt de leerlingen voor op een studie aan de universiteit of hogeschool.
Powered by: Vuursteen