Personenbelasting BE

In april/mei ontvangt iedereen die in België woont en belastingplichtig is een aangifteformulier. Dit moet uiterlijk 1 juli binnen zijn bij de belastingdienst. Uw aangifte kunt u op twee manieren doen: op papier of via internet (“Tax-on-web”). Voor aangifte via internet heeft u een speciale toegangscode (“token”) nodig.

De aangifte personenbelasting bestaat uit twee delen. Deel 1 moet iedereen invullen. Deel 2 moet alleen worden ingevuld door bedrijfsleiders, zelfstandigen en personen die inkomsten van kapitalen, roerende goederen en/of diverse inkomsten verkregen hebben.

 

Aangifte en bedrag

 

De Belgische personenbelasting onderscheidt vier belastbare inkomstenbronnen:

 

  • inkomsten van onroerende goederen;
  • inkomsten van roerende goederen en kapitalen;
  • beroepsinkomsten;
  • diverse andere inkomsten.

 

Iedere belastingplichtige heeft recht op een belastingvrij minimum. In 2012 ligt dit bedrag op 6.800 euro per belastingplichtige met een belastbaar inkomen boven de inkomstengrens en op 7.070 euro met een belastbaar inkomen onder de inkomstengrens (aanslagjaar 2013 / inkomsten 2012). Het belastingvrij minimum kan hoger liggen, afhankelijk van uw gezinstoestand. Zitten uw inkomsten boven het belastingvrije bedrag, dan wordt de rest van uw inkomsten belast over vijf oplopende schijven waarvan de percentages oplopen van 25 tot 50%. De regering Di Rupo heeft besloten om voor belastingplichtigen met een inkomen lager dan 25.270 euro (aanslagjaar 2013 / inkomsten 2012) de belastingvrije som te gaan verhogen.

 

De belastingdienst kan u tot twee jaar na uw aangifte vragen om nadere inlichtingen. Het is dus belangrijk alle relevante documenten te bewaren. Indien de belastingdienst vermoedt dat u fraude heeft gepleegd bij uw aangifte, dan ligt de termijn voor het vragen van nadere inlichtingen zelfs op vier jaar.   

 

Onroerende inkomsten

 

Huurgelden, erfpachten en opstalvergoedingen worden als onroerende inkomsten beschouwd. Ook als u een onroerend goed bezit dat u zelf bewoont, moet u daarover onroerende voorheffing betalen. Samengevat moet u in de volgende gevallen onroerende voorheffing betalen:

 

  • U bent de volle eigenaar van het onroerende goed (het behoort aan u toe).
  • U bent de bezitter van het onroerende goed (en u geniet van de opbrengst).
  • U bent de erfpachter van het onroerende goed (u huurt het voor een periode van minimaal 27 en maximaal 99 jaar).
  • U bent de opstalhouder (u maakt gebruik van de gebouwen, werken of beplantingen op andermans grond en heeft daartoe het recht via een geregistreerde akte).
  • U bent de vruchtgebruiker (het onroerende goed is van iemand anders, maar u geniet er de financiële vruchten van).

 

Fiscale voordelen

 

De Belgische belastingdienst hanteert drie soorten fiscale voordelen:

 

Aftrekbare uitgaven

 

Dit zijn de uitgaven die u deed tijdens het belastbaar tijdperk en die het netto belastbaar inkomen verminderen:

 

  • de enige en eigen woning;
  • hypothecaire intresten;
  • betaalde onderhoudsuitkeringen;
  • kosten voor kinderopvang;
  • giften.

 

Belastingverminderingen

 

Bepaalde uitgaven geven recht op een belastingvermindering tot een geplafonneerd bedrag. Het betreft de volgende uitgaven:

 

  • premies van individuele levensverzekeringen;
  • kapitaalaflossingen van hypothecaire verzekeringen;
  • pensioensparen;
  • uitgaven voor renovatie van woningen in grote steden;
  • PWA- en Dienstencheques;
  • energiebesparende investeringen.

 

Belastingkredieten

 

Deze zijn niet gerelateerd aan de personenbelasting, maar iedereen die in België woont kan er wel van profiteren:

 

  • Start2Surf-Pakket;
  • Arkimedesfondsen;
  • Win Win-lening.

 

Aanslagbiljet

 

Normaal gesproken ontvangt u het aanslagbiljet ruim voor het einde van het jaar waarin u aangifte doet. De belastingdienst heeft echter wettelijk een jaar de tijd het aanslagbiljet op te maken. Hierop staat vermeld of u geld terugkrijgt of moet betalen. Op uw aanslagbiljet staan behalve de berekening van uw personenbelasting ook de verschuldigde gewestelijke- en/of gemeenschapsbelasting vermeld. Het gaat hierbij om zaken die de gewesten en gemeenten voor hun dienstverlening in rekening brengen, zoals rioolheffing.

 

Indien u het niet eens bent met de aanslag kunt u drie stappen ondernemen richting de belastingdienst:

 

  • Wanneer het een kleine fout betreft, neemt u het beste direct contact op met het bevoegde belastingkantoor in uw gemeente (het adres staat op de voorkant van de aangifte).
  • Wanneer u het grondig oneens bent met het bedrag zelf, dient u een bezwaar in bij de bevoegde directeur van de belastingen. Zijn adres staat vermeld op het aanslagbiljet. Dit moet altijd schriftelijk gebeuren, uiterlijk binnen een periode van zes maanden.
  • Raakt u er na uw bezwaarschrift nog niet uit met de belastingdienst, dan kunt u als laatste stap een rechtszaak beginnen bij de rechtbank van eerste aanleg.
Powered by: Vuursteen